Aanwijzing 121

Je hebt vast gevonden dat de dichtheid van belang is om te bepalen of een stof blijft drijven. In de vorige aanwijzing zijn de volgende stoffen genoemd:

  • kurk
  • water
  • steen
  • ijzer

Schrijf de dichtheid van deze stoffen er eens achter (de dichtheden staan in je boek, misschien in een tabellen boekje, of kijk anders hier).

Kurk drijft op water, steen zinkt in water, ijzer zinkt in water. Zie je welke stoffen “onder” zitten en welke stoffen “boven” zitten? En zie je wat dat met de dichtheid te maken heeft?

Advertenties