Achtergrond informatie

Ouder/docent/huiswerkbegeleider/… lees verderop hoe een leerling het best geholpen kan worden.

De docent zal je begeleiden door de enorme berg stof die je in een leerjaar moet leren/kennen. Uitleg, proefjes, theorie, enz. Opgaven worden als voorbeeld op het bord gemaakt en daarna krijg je de taak om zelf opgaven te maken. Bij het maken van opgaven is het van belang om steeds vast te lopen, een aanwijzing te krijgen, weer verder te gaan, weer vast te lopen enz. Met meer oefening gaat het oplossen van opgaven steeds ietsje makkelijker.

Het best werk je in de klas of ergens waar iemand je kan helpen om verder te komen als je vastloopt. In de praktijk benutten veel leerlingen deze tijd niet, hebben het gezellig in de klas (maar werken niet hard genoeg) en thuis is het huiswerk ineens een moeilijk te nemen hobbel. Zeker als je geen hulp kan vragen. Het huiswerk wordt als “te moeilijk” in de hoek gegooid. De docent maakt een aantal opgaven op het bord en “die zien er helemaal niet moeilijk uit” en dan ontstaat het gevaar dat je denkt dat je het wel snapt (terwijl je eerder bent vastgelopen). Je doet verder niets, leert nog even “3 uurtjes” voor de toets en haalt een onvoldoende.

De beste tip over het efficiënt leren oplossen van -soms lastige- natuur- en scheikunde opgaven is om de tijd in de les goed te benutten. Docenten helpen je om de leerstof in kleine brokjes te verdelen. Docenten kunnen je helpen om verder te komen. Nu zal het best vaak voorkomen dat het tempo van de docent even niet past met waar jij nu mee bezig bent, maar het loont echt de moeite om je bezigheden dan even uit te stellen. Je hebt misschien 100 uur les per jaar waarin je hulp kan vragen (heb je nog meer dan 8000 uur over voor die andere belangrijke zaken).

Klein stukje theorie

Bij het oplossen van “een probleem” worden een aantal stappen doorlopen. Niet achter elkaar maar als het goed is spring je door de stappen heen.

  • lezen (wat staat er)
  • analyseren (wat wordt er gevraagd)
  • exploreren (enkele berekeningen maken op een kladblaadje)
  • plannen (welke berekeningsstappen moet ik maken om tot een goed antwoord te komen)
  • implementeren (doen)
  • controleren (kan het verkregen antwoord wel kloppen)

Iedereen begint bij stap 1 anders weet je niet waar het om gaat. De andere stappen wisselen elkaar af totdat het probleem je helder is en de oplossingsrichting langzaamaan duidelijk wordt. De laatste stap (controleren of het antwoord goed zou kunnen zijn) wordt vaak vergeten. Je krijgt dan een fietser die fietst met een snelheid van 3789 km/uur, of een volume van een schilderijlijstje van 12,8 m3.

Om deze stappen goed te leren gebruiken moet je oefenen, oefenen en oefenen. Vaak duurt het lang voordat je ziet waar je op moet letten, wat echt van belang is. Vandaar dat een inspanning vlak voor een proefwerk vaak geen resultaat geeft (je leert dan wat theorie, bekijkt een gemaakte opgave maar mist de oefening in het daadwerkelijk oplossen van een opgave).

Wat niet werkt

Opgaven niet maken levert je geen vaardigheden op. En ook het overschrijven van antwoorden of zelfs uitwerkingen (van andere leerlingen of van het bord) levert geen vaardigheid op. Je kan dan later wel kijken of je de gemaakte opgave uit het hoofd kan leren, maar opgaven zullen altijd net ietsje anders zijn waar je dan niet op bent voorbereid.

Ouders/docenten/huiswerkbegeleider

Wilt u als ouder/docent/huiswerkbegeleider de leerling helpen? Probeer leerlingen dan vooral te stimuleren om door te gaan. Ga er bij zitten. Help niet, maar zorg dat de leerling goed aan het werk blijft en niet afhaakt. Zoeken in de beschikbare boeken kan en mag, de leerling is tenslotte aan het oefenen. Voorzeggen is niet effectief. De leerling is dan “lekker snel klaar” maar heeft uiteindelijk niets geleerd.

Succes,

Hulp bij Nask-team

Advertenties